is toegevoegd aan je favorieten.

Het nieuwe zeerecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

indien niet de kapitein in dienst staat van den huurder. Stelt immers de eigenaar den kapitein aan, dan kan er geen sprake zijn van huur en verhuur, maar ten hoogste van tijdbevrachting. 1

d. Men heeft het schip in bruikleen gekregen.

e. Men heeft het schip in bewaring gekregen met verlof tot gebruik.

Uit de opsomming dezer gevallen blijkt vanzelf reeds, hoe weinig het zal voorkomen, dat niet de eigenaar de reeder is. De huur en verhuur van een schip zal betrekkelijk nog het vaakst kunnen worden waargenomen. In het overgroote deel der overige gevallen, waarin inderdaad de eigenaar niet de teeder is, zal men waarschijnHjk te doen hebben met zeer eng verbonden scheepvaartmaatschappijen, b.v. met een moedermaatschappij, die over het schip harer dochtermaatschappij beschikt zonder tegenpraestatie.1

Andere beteekenis van In het spraakgebruik wordt „reeder"

"reeaer" dikwijls ruimer genomen dan in art.

320; daar heet veelal „reeder" iedere leider van een scheepsbedrijf, hetzij hij niet dan alleen eigenaar, reeder in wettehjken zin of directeur eener scheepvaartmaatschappij is. In ruimeren zin komt het woord ook voor in art. 23 van de schepenwet.

§ 3. De schuldenaar uit hef scheepsbedrijf.

Hoofdregel: de reeder De reeder is degeen, die de feiteHjke 1 wordt gebonden | heerschappij over het schip, rechtstreeks of middeUijk, voert. Daaraan knoopt de wet als hoofdregel dit gevolg vast, dat de reeder degeen is, die gebonden voordt door het scheepsbedrijf, indien niet nadere omstandigheden een ander in zijn plaats gebonden doen zijn. Het voornaamste artikel, waarin deze regel tot uitdrukking wordt gebracht, is art. 321, dat handelt over de gebondenheid door gedragingen van Heden, die in het scheepsbedrijf optreden. Dit artikel luidt:

„De reeder wordt verbonden door de rechtshandelingen, welke door hen, die in vasten of tijdeHjken dienst van het schip zijn,

1 Zie hiervoor blz. 218.

2 Zie H. M. A. SCHADBB, „De eenscheepsmaatschappij", blz. 18.