is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

HANDHAVING EN TOEPASSING ADMIN. RECHT. I

De plv.v.

inspecteur

van den

veeartsenij-

kundigen

dienst.

veeartsenijkundigen dienst en dat de wijze, waarop dezen worden benoemd, geschorst en ontslagen, benevens hun werkkring en hunne bevoegdheid worden geregeld bij algemeenen maatregel van bestuur. Daarbij moet het rijk in districten worden verdeeld en worden bepaald, dat voor ieder district een ambtenaar als hoofd van den dienst wordt aangewezen. Het eerste der „slotbepalingen" van de wet schrijft voor, dat „onder districtshoofd van den veeartsenijkundigen dienst wordt begrepen hij, die dien ambtenaar vervangt".

Volgens § 4 van het koninklijk besluit van 25 April 1922, stM. no. 219, ter uitvoering van artikel 2 der Veewet, vervangen de plaatsvervangende inspecteurs den inspecteur bij volstrekte verhindering en verrichten zij voorts de werkzaamheden, hun opgedragen door den directeur of de inspecteurs, waaronder zij werkzaam zijn.

Doordat nu te plattelande de meeste practiseerende veeartsen zijn aangewezen als plaatsvervangend inspecteur van den veeartsenijkundigen dienst, beschikt het Rijk zoodra dat noodig is, over een staf van personen ter uitvoering van de Veewet, die overigens en gelijkertijd in hun gewone praktijk als veearts werkzaam zijn. In het algemeen (artikel 7 van het Koninklijk besluit van 6 Juni 1922, stM. no. 38, tot uitvoering van artikel 2 der Veewet en van het Koninklijk besluit van 25 April 1922, stM. no. 219) oefenen zij hunne functiën niet uit, dan na daartoe door den directeur of den betrokken inspecteur van den veeartsenijkundigen