is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120

HANDHAVING EN TOEPASSING ADMIN. RECHT. II

Art. 40 van het Bezoldigingsbesluit.

X

vatbaar zijn. Voor zooveel de bezoldiging van rijksambtenaren betreft, meent men dit beginsel van het in zijn geheel niet geschreven publiek recht ook te ontmoeten in artikel 63 der Grondwet, krachtens welke bepaling de Koning de bezoldiging regelt van alle colleges en ambtenaren, die uit 's Rijks kas worden betaald 1). Deze laatste opvatting, hoewel ten aanzien van haar grondslag en formuleering en ten aanzien van de eruit voortvloeiende rechtsgevolgen nog veel verschil van inzicht mogelijk is, is wel de meest algemeen aanvaarde. Zij leidde tot de opneming in de Duitsche Rijksgrondwet van 11 Augustus 1919 ^ van het uitdrukkelijke voorschrift, dat den ambtenaren voor handhaving van hun vermogensrechtelijke aanspraken de gewone weg van rechten open staat 2). Zooals bekend is, heeft nog onlangs in den bekenden rechtsstrijd om artikel 40 van het Bezoldigingsbesluit, de rechterlijke macht hier te lande het bestaan van een dergelijk vorderingsrecht niet erkend. In dit later ingetrokken artikel 40 had namelijk de Kroon een toezegging opgenomen, van handhaving van de wedden, die eenmaal zijn toegekend, indien tot een algemeene evenredige salarisvermindering mocht worden overgegaan. Bij het Bezoldigingsbesluit 1925 werd deze toezegging geschrapt en werden de salarissen algemeen verminderd. Omtrent de naar aanleiding hier-

*) Bij de omschrijving van deze opvatting, in hoofdzaak die van den Franschen schrijver Duguit, is bijna woordelijk gevolgd de Advocaat. Generaal Mr. Besier, in zijn conclusie, voorafgegaan aan het arrest van den Hoogen Raad van 29 Januari 1926, Ned. Jur. blz. 232. 2) Art. 129.