is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

handhaving en toepassing admin. recht. ii

Op het oogenblik b.v., dat de gewone wetgever den Centralen Raad van Beroep instelde, plaatste hij daarmede een onderdeel van zijn regeling onder de heerschappij van art. 167 der Grondwet. Van dat oogenblik af moeten krachtens de Grondwet de leden van dit college een aanstelling voor hun leven hebben. En zelfs indien de wetgever den Centralen Raad van Beroep ging opheffen, zou hij zonder de medewerking van de benoemden niet in staat zijn hun aanstelling te doen afloopen.

Daarentegen is voor andere ambtenaren, ook al hebben zij een aanstelling voor het leven, ongevraagd ontslag (afvloeiing) niet uitgesloten, indien het hoogste staatsbelang dat eischt. Maar omdat afvloeiing onder bepaalde omstandigheden als noodmaatregel van recht geboden kan zijn, is niet iedere afvloeiing een maatregel van recht. En zelfs als afvloeiing in het algemeen aanvaard moet worden, blijft een afvloeiing als die van den Referendaris Gorter van Koloniën een formidabel onrecht.

In het geval van art. 40 is dus de vraag, waar het op aankomt, deze, of door het opnemen van de daarin neergelegde belofte in het Bezoldigingsbesluit de Kroon, uitvoering gevende aan haar grondwettelijk recht om de salarissen te regelen, zich zelve bracht binnen het bereik van een rechtsregel van hoogere orde. Dit zou het geval geweest zijn, indien door de gegeven belofte een burgerrechtelijke verbintenis zou zijn tot stand gekomen.

Volgens den Hoogen Raad ligt aan de betrekking