is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen van Nederlandsch administratief recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BESLUIT

149

precies doet wat de wet hem voorschrijft, ook de over het verzoek oordeelende autoriteit alle daarvoor noodige gegevens ter beschikking heeft. De Hinderwet schrijft imperatief voor, wat bij het verzoek om vergunning moet worden overgelegd, en de wetgever heeft zeker wel geoordeeld, dat dit in de meeste gevallen ook voldoende zou zijn: 1°. een nauwkeurige beschrijving, in dubbel, van de plaats, waar de inrichting zal worden gesteld, eene opgave van hetgeen in de inrichting zal worden verricht, vervaardigd of verzameld, benevens van de beweegkracht, die daarbij wordt aangewend; 2°. eene plattegrondteekening in dubbel, op eene schaal van minstens een op tweehonderd vijftig, aanduidende de uit- en inwendige samenstelling der inrichting en toebehooren;

3°. een uittreksel uit de kadastrale leggers, aanduidende de gebouwen of lokalen, bestemd tot ziekenverpleging, uitoefening van den openbaren eeredienst of scholen, binnen een kring van tweehonderd meter van het gebouw of lokaal der inrichting gelegen; 4°. eene verklaring of de inrichting al of niet eene fabriek of werkplaats zal zijn in den zin der Veiligheidswet.

Toen Burgemeester en Wethouders van Haren in 1900 trachtten aan deze bepaling eenige uitbreiding te geven, werd hun besluit vernietigd bij Koninklijk besluit van 8 Augustus van dat jaar, St.bl. no. 148, op grond van de overweging: „dat Burgemeester en Wethouders van Haren ten onrechte den eisch hebben