is toegevoegd aan je favorieten.

De gemeentefinanciën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GELDELIJK BEHEER DER TAKKEN VAN DIENST

119

een rechtspersoon is. Daardoor kan op een gemakkelijke wijze worden bereikt, dat de financieele resultaten, met de exploitatie van den tak van dienst verkregen, behoorlijk tot uitdrukking komen.

Voordat, op 1 Januari 1924, de door gedeputeerde staten der onderscheidene provinciën vastgestelde uniforme begrootings- en rekeningsvoorschriften 1924 waren in werking getreden, bestonden er nopens de financieele verhouding tusschen de als rechtspersoon gedachte bedrijven en de gemeente geen regelen, waaraan de raad gebonden was. De bedoelde provinciale voorschriften hielden echter verschillende bepalingen in, waarmede de raad bij het vaststellen van de regelen omtrent het beheer der bedrijven rekening had te houden. Deze bepalingen zijn, na de wijziging van art. 206 (thans 241) der gemeentewet in 1931, vrijwel onveranderd overgenomen in de bij koninklijk besluit van 8 September 1931, S. 395, vastgestelde begrootingsvoorschriften 1931 en rekeningsvoorschriften 193).

De begrootingsvoorschriften 1931 spreken nog steeds van „bedrijven", maar daaronder moeten, volgens het bepaalde sub lid van het zooeven genoemde koninklijk besluit van 1931 worden verstaan de takken van dienst, bedoeld in de artt. 252, 253 en 265 der gemeentewet. Als bedrijven worden dus daarin ook beschouwd takken van dienst, welke men in het spraakgebruik niet als bedrijven aanmerkt, zooals diensten voor maatschappelijk hulpbetoon, ontsmettingsdiensten, enz.

Het besproken art. 252 der gemeentewet schept een bevoegdheid, waarvan de raad, behoudens dan de vereischte goedkeuring van gedeputeerde staten, naar eigen goedvinden gebruik kan maken. De raad is dus met dit voorbehoud volkomen vrij om aan een bepaalden tak van gemeentedienst al of niet financieele zelfstandigheid te verleenen.

De gemeenteraden hebben van deze bevoegdheid een zeer verschillend gebruik gemaakt. Hierdoor is een toestand ontstaan, welke de vergelijking van de financiën der onderscheidene gemeenten in hooge mate bemoeilijkt. In dit opzicht heeft de wetswijziging van 1931 geen verandering gebracht; ook art. 1146»

Toepassing art. 252 gemeentewet.