Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

„Ha Petersen, jij daar, help eens even. Die knol wil niet verder, maar 'k geef het niet op, 'k sloeg hem liever dood. Toe dan, sta nou niet langer te kijken. Haal je zweep en ransel mee erop."

„Nee Jorissen," zeg ik, „een zweep houd ik er niet op na. Als 'k dien noodig had, zou 't me misschien net gaan als jou. Paarden zijn net als menschen. Met hardheid en geweld krijg je bitter weinig gedaan, met zachtheid gaat het veel beter." Maar 'k zag wel, dat Jorissen niet in de stemming was om met zachtheid te handelen. Daarvoor had hij te lang dien middag in „het Ooievaarsnest" zitten drinken."

„Daar heb je hem ook weer met zijn zachtheid," spotte hij, en weer begon hij het arme dier te ranselen, dat ondanks de heftige striemen stokstijf bleef staan.

„Ik kon het niet langer aanzien en daarom riep ik: „Ga uit den weg, dierenbeulen, ga uit den weg, en jij Jorissen, pas op, dat je me niet noodzaakt je aan te geven bij de politie, 't Is dat ik medelijden heb met je vrouw en kinderen, maar anders ...

Wil je nou van avond nog thuis komen, laat dat ranselen dan. Je ziet toch, dat het je niks helpt."

Inderdaad, zoo dronken was Jorissen niet, of hij Zag wel, dat zijn paard niet meer kon van uitputting.

„Als je 't beest nou een kwartiertje rust gunt, om wat op zijn verhaal te komen, zal ik je straks wel op gang helpen. Maar laat ik je nooit meer snappen, dat je je paard mishandelt.".

Sluiten