Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

treurig zag kijken. Want dat was alles al zoo lang geleden, hij kon er niet bedroefd om zijn zooals Nel, en om haar te troosten vleide zijn lief stemmetje: „En toen heb jij zeker gedacht: ach, nou heeft dat kleine jongetje geen mama meer, en daarom ben jij altijd zoo lief voor Fritsie, en houd je zooveel van me, hé?"

„Ja zeker," gaf Nel volmondig toe, „jij bent mijn kleine schat, mijn eigen zoete broertje. Maar nou moet je naar de badkamer, anders krijgen we weer een standje van juffrouw."

Deze kwam echter juist met een boos gezicht om den hoek der galerij kijken. „Zitten jullie daar nog, stoute kinderen?" bromde ze. „En wat ziet Frits er weer uit! Ajo, gauw naar de badkamer. Waar is Tidjem?"

„Ik zal Fritsje wel helpen," verklaarde Nel.

„Jij gaat naar binnen je gamma's spelen, en je hebt 't hart niet uit te scheiden vóór we aan tafel gaan. Verleden week was mijnheer Lukers ook niets tevrêe over je. Moet ik soms weer bij je pa klagen?"

„Verrek juffrouw," zei Nel zachtjes, (ze had dat mooie woord van Jan gehoord), en wilde wegloopen. Maar juffrouw Klok hield haar woedend tegen.

„Wat durf je daar te zeggen, ondeugende meid?" gilde ze, rood van drift,

,,'k Vertrek juffrouw," herhaalde Nel, met een toegeknepen mondje.

„Neen, je zei heel wat anders, je hebt een heel leelijk scheldwoord gezegd. Wacht maar, juffertje,

Sluiten