Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

„Heb je daar wel voldoende aan, jongen?" Hij duwde hem 'n klein kapitaaltje H de vingers. „O, natuurlijk, dank u zeer!" Slordig duwde Kees 'tgeld in de borstzak van z'n sluitende tuniek.

De kolonel speelde achteloos met een bos sleutels. Hij begluurde Kees met halftoegenepen oog.

Kees rookte nog wat met den overste, die, ouder gewoonte, z'n Indische herinneringen oprakelde en Kees ging naar huis. Juffrouw Tilly, kolonels zus, liet Kees uit.

„Ik verwacht U ook stellig, juffrouw," zei meneer Genster.

„'k Hoop 'tniet," dacht ie.

Sluiten