Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja, Jan lachte even, „we zijn tweelingen!"

„Hoe aardig!" riep Jopy uit.

„Waarom breng je hem nooit eens mee?" vroeg Miep, „lijkt hij op je?" - Jan lachte weer.

„Je moet er zelf maar over oordeelen als je hem ziet," zei hij.

„Nu, waarom laat hij zich dan nooit zien?" vroeg Miep weer.

„Omdat hij de gelegenheid afwacht om je te verrassen," lachte Jan.

Toen werden Miep en Jopy razend nieuwsgierig.

„Ons verrassen, waarmee?" vroeg Jopy dadelijk. „En hij kent ons niet eens," zei Miep ongeloovig.'

„Nee en toch zint hij op verrassingen," riep Jan lachend uit.

„Hè nou, vertel er dan wat van?" smeekte Jopy, „teekent hij ook?"

„Ja," zei Jan.

„Hoe gewichtig," meende Miep. „En wil hij ons daarmee verrassen?" „Nee."

„Hè toe, waarmee dan?" riep Jopy uit en trok Jan aan zijn mouw.

Maar Jan lachte alleen en liet verder niets los.

„Miep," zei hij toen, „ga mee in de vacantie fietstochten maken."

„Nou," riep Miep uit, „daar heb ik heusch wel veel zin in, 't zal erg saai zijn als Jopy er niet is!"

„M aar ik zal je heel dikwijls schrijven," beloofde Jopy dadelijk.

„Goed, dan schrijf ik je weer terug over de fietstochten," zei Miep, „of ik weet nog beter, ik maak er een heel verhaal van en laat 't druk-

156

Sluiten