Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

gesproken, houdt zij haar paard stil, ziet hem bewogen in de bruine oogen, en reikt hem de hand.

„Charles," zegt ze: „geef mij tijd, om over deze zaak te denken!"

Dan grijpt zij den teugel van haar paard en roept: „Voske, huistoe!"

Het edele paard werpt den prachtigen kop omhoog, en slaat de slanke pooten uit. Slechts met moeite kan de langbeenige „Vijftigponder" hem bijhouden.

Wijd uit de verte klinkt het avondgelui van het dorpstorentje, en uit dé nabijheid komt het luide geblaf der groote honden, die Klopper's vee naar huis drijven, het geknal der zweepen, het geloei der beesten en het geblaat der schapen, die hun lammeren roepen. •

Charles en Lena spreken geen woord meer. Maar hun harten spreken.

Aan hun rechterkant breekt een hert door het bosch heen, en kruist in snelle sprongen hun pad. En hoog boven hun hoofden kirt een boschduif, zich wiegend in de kroon van een gomboom. De schaduwen der boomen worden langer, en de westerkimmen gloeien als een zee van goud.

III. DE WANKLANK.

De avond was gevallen, en baas Kloppers zat zijn vrouw het jongste nieuws voor te lezen uit „de Volksstem," toen zijn scherp gehoor het geluid van drukke stemmen en van paardegetrappel opving.

„Dat begrijp ik niet," zei de oubaas, en hij ging naar buiten.

Hij zette de handen in de zijde en riep verbaasd: „Daar schijnt een heel kommando aan te komen!"

Het waren een aantal ruiters, en terwijl reeds eenige Kaffers kwamen aanloopen, om de paarden in den stal te brengen, sprongen de Boeren snel uit het zadel. Zij kwamen op baas Kloppers aan, alsof zij hem omver wilden loopen, schudden zijn hand en riepen: „Oom Dirk! We komen je gelukwenschen met de jongste tweelingen van Buffelskloof!"

Nu was de grijsaard er achter.

Met een vroolijken lach begroette hij de ruiters.

Sluiten