Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

69

zijn hart. Hij stortte dat hart uit in zijn brief, en hij kon niet eindigen met schrijven, alvorens de laatste, de achtste bladzijde, vol was.

Middernacht was lang voorbij, toen de brief gereed was, en Frits haastte zich naar de volgende tent, de tent van Jack Williams.

Hij wekte den slaper.

„Gij gaat morgen naar Buluwayo?" vroeg Frits.

„Waarom?" zeide Jack, wiens voorzichtige en achterdochtige natuur hem de onhebbelijke gewoonte had aangeleerd, bij elke vraag, zelfs bij de nietigste zaken, bij beuzelingen, naar de reden der vraag, te vorschen, alvorens hij bescheid gaf.

„Ik heb hier een brief aan mijri ouders," zeide Frits; „en ik wilde je verzoeken, dien brief te Buluwayo voor mij te posten."

„Begint het zoontje naar Moeder's pappot te verlangen?" zeide Jack geeuwend'.

Frits voelde zich door deze uitdrukking, bovónal door den toon, waarop zij werd geuit, in zijn teederste gevoelens beleedigd, doch hij beheerschte zich en zeide schijnbaar bedaard: „Ik wil mij met mijn vader verzoenen, Jack!"

„Geef den brief maar," hernam Jack iets vriendelijker: „ik ga heel vroeg naar Buluwayo."

Ging alles voorspoedig en viel de brief naar zijn vurigen wensch in goede aarde, dan hoopte Frits binnen een achttal dagen een brief terug te hebben, en het trof wel bijzonder mooi, dat hij met eenige andere kameraden tegen dien tijd naar Buluwayo werd verplaatst. Hij zag er een beschikking des Hemels in, en met een kloppend hart ging hij naar het postkantoor.

Er was geen brief.

Nu, het kon ook nog moeilijk, en hij troostte zich, steeds hopende op de volgendè post.

Doch er kwam geen brief

Hij sprak er over met Jack.

„Gij zijt veel te heet gebakerd," zeide Jack schouderophalend; „zijt gij dan vergeten, dat Waterfontein bijna een halve dagreis van het naaste postkantoor afligt, en dat er soms weken overheen gaan, voordat je vader naar brieven laat informeeren op het postkantoor?"

Frits was weer eenigszins gerustgesteld.

„Gij denkt toch om alles," zeide hij hartelijk.

Sluiten