Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En altjjd, altijd bleef Marcel maar op den muur van 't terras zitten lezen!

„Lees je een mooi boek, Marcel?" „Ja."

„Wat staat er in? Toe, vertel 't me eens, ik verveel me zoo!"

Marcel keek zijn zusje eens aan, legde bet boek naast zich neer, en zei: „Zeg Suzette, ik lees hier over de Eskimo's — 't is prachtig!"

„Eskimo's? Wat zgn dat voor dingen?"

„Wel, dat zgn menscben, natuurlijk en ze wonen heelemaal in 't Noorden, dicht bij de Noordpool, zie je? En daar is 't altijd vreeselijk koud. 't Vriest daar bijna altijd en er ligt zooveel sneeuw, dat de menschen daar 's winters een gat in graven om er in te wonen."

„Hé, da's grappig! Maar worden ze dan niet vreeselijk koud, en is er geen dak op zoo'n sneeuwhuis?"

„Ja, ze maken er ook een dak op van blokken bevroren sneeuw, en midden in zoo'n huisje staat dan een groote scbaal vol zeehonden vet met een pit er in van mos; dat is hun kachel en hun lamp, en ze zitten er omheen op banken van sneeuw, en op die banken leggen ze rendierhuiden — soms een heele massa op mekaar, weet je? En daar slapen ze 's nachts ook op!"

Suzette had met open mond staan luisteren; ze kón zich niet goed voorstellen hoe de menschen in 't leven konden blgven in zóó'n koud land! Brrrr, zg vond 't al zoo gruwelgk koud als 's winters de koude „mistral"-wind waaide, en als soms de sneeuw dik op de bergtoppen in de verte lag, dan rilde ze als ze er maar even aan dacht, dat ze daarin zou moeten loopen!

En 't is dan ook wèl een groot verschil: het zonnige land,

Sluiten