Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 25 —

maar gestormd), achter de heesters, overal zocht hij, en zoo kwam hij bij de bank. Daar stond een dikke boom, en hoe hij er nu toe kwam om ook in den boom te kijken, dat weet ik niet, maar daar zag hij op een tak met haar rug tegen den stam een poppekind. „Zeker het verloren schaap," dacht hij. Toen riep ie: „Hé, Piet! Hoe staat het er mee? Heb je haar gevonden?" - „Was 't maar zoo!" riep Piet.„Dan geloof ik, dat je met je neus gekeken hebt. Kom eens gauw hier met het kleine ding! En kijk nou eens in den boom!... Is dat je poppekind, jonge dame, of is ze 't niet?"

„Ja, 't is Liesje, 't is mijn eigen Liesje!" juichte het kleine meisje. „Arm kindje, heb je daar den heelen nacht gezeten?" - „Dat heeft ze zeker," zei Jaap, „en dat is haar geluk geweest. Iemand heeft haar op de bank zien liggen, en die iemand heeft gedacht: als ik haar daar laat liggen, zal ze misschien weggenomen worden. En och, wat zal haar moedertje dan een verdriet hebben ! Daarom zal ik haar een beter plaatsje geven. Wie weet, of haar eigen moedertje haar daar niet vindt!... En nou moet ik haar zeker ook nog uit den boom halen ? Komaan dan maar! Mijn ouwe broek kan er tegen!"

Daar ging Jaap den boom in: sjoep, daar liet hij zich al weer zakken met de pop in zijn arm. „Asjeblieft, Zus, daar heb je de jonge dame! Pasop, dat het niet weer gebeurt!" En wat denk je, dat Zus zei? „Zus zal haar kindje nooit meer alleen laten... Liesje, zeg nu: „„Dank u wel, Meneer, dat u mij

Sluiten