Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39

„Eén?" herhaalde de burgemeester verbaasd. „Zei je niet, Maarten, dat het er twee waren?"

„Ja," antwoordde ik bedremmeld. Ongedurig schoof ik op mijn stoel heen en weer; want ik begon lont te ruiken.

„Wij hebben er toch maar één gezien," beweerde de man. „ Hy sprong vlak naast ons uit deif, greppel op def, berm en ...."

„Oho!" riep de burgemeester, en lachend wierp hij zijn pen op zijn lessenaar, zoadat me de inktspatten in het gezicht vlogen. De man hield zich dei buik vast, en gierde het uit. De twee klagers begrepen er niets van. Ze keken •mekaar eens aan, alsof ze dachten: „Met onzen goeden burgervader schijnt het ook al niet recht pluis te zijn."

Sluiten