Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

groéten bril met blinkende glazen, en was gewoonlijk bezig met brei- of naaiwerk. Een enkele maal konden we haar nog beter opnemen, als ze in haar tuintje de bedden wiedde, of de paden harkte. Het bleek dan een klein vrouwtje te zijn met gebogen rug en diepe rimpels in het gezicht, maar kras ter been en vlug in haar bewegingen.

Dat kleine mensje nu was de oorzaak, dat onze harten dikwijls zojr angstig klopten: 't was Stine, de heks.

Nooit had ze ons iets misdaan; integendeel, ze knikte ons vaak vriendelijk toe; maar wij vertrouwden haar vriendelijkheid niet, want we dachten in allen ernst, dat Stine tooveren kon. Eens gebeurde het, dat we haar op weg naar school in de verte zagen aankomen. De schrik sloeg ons om het hart; de kleintjes liepen naar huis terug, en wij, grooteren, sprongen over de sloot en maakten een omweg door het weiland, om haar maar niet tegen te komen.

Maar niet de kinderen alleen, ook menig volwassene, die toch wijzer had moeten zijn, was huiverig, om met haar in aanraking te komen. Ik herinner me nog, dat, toen bij een boer in de buurt plotseling een koe gestorven was, Stine daarvan de schuld kreeg. Ze had door allerlei „duivelskunstenarijen", zopals de menschen het uitdrukten, het beest „ betoaverd". Een andere/ lreer, toen een meisje naast ons ernstig ziek werd, was dat alweer de schuld van die oude toiverkol: immers een paar dagen te voren had ze het kind een koekje gegeven. Bovendien werd er in het kussen van de kleine zieke een kransje van veeren gevondenI Kon men nog afdoender bewijs verlangen?

Stine woonde daar, zo^als ik al zei, heel eenzaam. Buren had ze niet, en ook het ze zich niet in met de menseden in der omtrek. Twintig jaar tevoren was ze opeens in het huisje komen wonen: niemand wist, waar

Sluiten