Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nee" — schudde Truitje. Stel je voor, Moeder klagen.

Buurvrouw legde haar naaiwerk op de tafel en haar bril er boven op. Toen ging ze eens wat gemakkelijker in haar leuningstoel zitten en knikte Truitje toe.

„Zal ik je r*es wat zeggen, kind — je bent al zoo'n groote meid en ik kan wel r' 's met jé praten "

Truitje was er erg trotsch op, dat buurvrouw haar zoo groot vond. Ze keek buurvrouw ernstig aan en luisterde.

„Je Moeder tobt ergens over — dat heb ik al lang gemerkt — en daarbij moet ze veel te hard werken — dat is ze niet gewend — en ze is er niet sterk genoeg voor — je ziet 'r bij de week minder worden "

Truitje's oogen werden hoe langer hoe grooter — maar ze wist niets te zeggen.

„Als dat zoo doorgaat," ging buurvrouw voort — „dan houwen we der niet lang meer."

Nog altijd zweeg Truitje. Buurvrouws woorden hadden haar zoo ontsteld. Daar had ze nu geen oogenblik aan gedacht — dat Moeder ook ziek zou kunnen worden. Den laatsten tijd was het leven zoo prettig voortgegaan. Geen twist en. ruzie meer in huis. Eef en zij waren veel alleen — maar dat vond Truitje niet erg. Zij was dikwijls bij buurvrouw, en ze had heerlijk veel tijd om te lezen. Moeder zorgde, dat zij alles kregen wat ze noodig hadden, en sedert vaders dood had het haar aan niets ontbroken. Dat Moeder stiller en stiller werd, ook niet zooveel meer bromde — dat vond Truitje geen reden om over te klagen. Eef was

124

Sluiten