Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De meerkoet wilde 't hem nadoen

meerkoet zocht en zocht, maar kon het waterhoentje niet vinden.

Wild schoot de meerkoet tusschen het riet door, tot het Langteen toch te benauwd werd. Snel zwom het vogeltje naar de open plek, en hij zag een grooten bos pijlkruid, waaruit wit met iets roode bloempjes staken. Hier verborg 't waterhoentje zich tusschen de mooie, pijlvormige bladeren van 't pijlkruid en begon weer te lachen: „Heks, heks, heks, ik ben weg, weg, weg."

Woedend schoot Schaduw op het diertje af, dat weer haastig onderdook. Maar ook de meerkoet verstaat dat kunstje. Als 't waterhoentje boven kwam, steeg Schaduw ook weer op. Langteentje spoedde zich verder, kwam bij plompebladeren terecht en liep daar over heen. De lange teenen van het waterhoentje waren daar even geschikt voor als voor 't zwemmen.

De meerkoet wilde 't hem nadoen, maar hij was te groot voor het blad en moest van zijn vleugels gebruik maken, om vooruit te komen, 't Waterhoentje lachte: „Ik gier, gier van de pret." Schad uw werd nog woedender» en het ging nu snel over plompebladen en half onder 't water door, totdat Langteentje zich onder een plompeblad verborg en geen kik meer gaf. Schaduw droop af, en nu vertoonde 't waterhoentje zich

35

Sluiten