Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het mooie van het zeemansleven. Nu koud, dan heet. Hij heeft de wereld al rondgezworven. Naar West-Indië, naar Afrika, naar de Oostzee, overal weet hij den weg.

Ginds staat het oude wiel in de lijnbaan. Een andere jongen draait het nu ... De stuurman heeft medelijden met den jongen. Peinzend loopt hij verder... Wat is alles veranderd in zijn leven!

Eerst touwslagersjongen, nu stuurman. Wie had dat gedacht?

Het leven gaat voort.

Op de brug van zijn schip staat de jonge kapitein, en tuurt de stormige verte in. En zijn matrozen kijken hun schipper aan. Wat zal hij zeggen? 't Gaat er spannen, dat begrijpen ze wel: er is een stevige storm op komst..

Die schipper ... 't Is Michieltje! Michiel Adriaanszoon de Ruyter, kapitein van een groot koopvaardijschip, dat met rijke lading koers zet naar Vlissingen. Wat zullen de heeren Lampsens tevreden zijn, met de rijke winst, die hun schipper thuis brengt. En die schipper zelf zal met zijn schepelingen goed beloond worden. De jonge kapitein heeft op zijn vele reizen al een aardig duitje verdiend. Hij is een best koopman . . .

Maar die storm! Ze zijn nog lang niet in veilige haven, en 't gaat leelijk spoken.

Toch staat de schipper zoo rustig, zoo vol vertrouwen op zijn post, en zijn mannen weten, dat er op de hééle koopvaardij-vloot niet zulk een knap schipper is als de Ruyter . . . Zijn mannen houden veel van hem. Hij is een goed en rechtvaardig meester; en als een vader zorgt hij voor hen. Hij is zijn eenvoudige afkomst heelemaal niet vergeten; hij is hun aller vriend, en toch — toch gehoorzamen zij hem, toch zien ze in eerbied tot hem op.

Vloeken, zwetsen, gemeene taal, — de schipper duldt het niet aan boord. Zondags leest hij zelf voor uit den Bijbel ... En in de stilte van zijn kleine kajuit, bidt hij. Daar bidt hij vóór eiken storm, vóór eiken strijd, vóór elk gevaar. Daar geeft hij zijn leven en dat van zijn mannen over aan God. En dan — dan gaat hij aan dek zijn best doen, zijn uiterste best! En dan is er

14

Sluiten