Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn leven niet gekend, wel véél zorg. Als knaap was hij eigenlijk een gevangene, en ook zijn later leven was altijd moeilijk. Zijn lichaam was zwak; hij heeft veel geleden . . . Hij heeft wel veel eer genoten in zijn leven; hij is koning gebleven van het machtige Engeland, tot aan zijn dood toe; maar — van Holland, zijn eigen, kleine, goede land, het land van zijn vaderen, — van Holland heeft hij toch altijd 't meest gehouden.

Zijn laatste jaren waren eenzaam. Kinderen had hij niet; en nog vóór de oorlog met Frankrijk ten einde was, stierf zijn goede, vrome vrouw. Dat was het grootste verdriet in zijn leven.

Zijn laatste jaren waren ook vol zorg. De bange droom van zijn leven duurde nog altijd voort. Lodewijk XIV strekte alweer zijn begeerige handen uit ... neen, niet naar Holland, maar naar Spanje.

Wat kon óns dat deren? En toch vervulde dat het hart van Willem III met bange zorg.

Lodewijk XIV lachte om den Stadhouder-Koning. Nu zou zijn plan zeker gelukken. En 't gelukte ook. In 1702, toen de oude Spaansche koning stierf, riep Lodewijk uit: „Er zijn geen Pyreneën meer!" . . . Die oude koning had zijn land aan Lodewijks kleinzoon vermaakt. Die kleinzoon zou ook eenmaal koning van Frankrijk worden. En dan — dan zouden Frankrijk en Spanje één land zijn: het machtigste van Europa, en dan . . .

Maar Willem III was er nog! Hij heeft een groot verbond gemaakt met vele andere vorsten van Europa, die ook in stilte bang waren voor den Zonnekoning. En een nieuwe oorlog is uitgebroken, van die allen tegen den éénen ... O, Lodewijk heeft de vuisten gebald van woede. Moest dan die Hollandsche Prins altijd wéér den schoenen droom van zijn leven verstoren ?

Die oorlog heet: de Spaansche successie- of erfopvolgingsoorlog.

Willem III heeft dien oorlog zélf niet meer beleefd. In 1702 stierf hij, 52 jaren oud. Op een rit door het koninklijke park bij Londen, struikelde zijn lievelingspaard Sorrel over een molshoop

54

Sluiten