Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

zoo'n vreemde jongen

bang ...., niks aardig! En moesje schreide en Hanna ook. Maar klein Anneke begreep niet, waarom dat nu zoo héél erg was. Hans kwam toch wel, Hans kwam immers altijd t Klein Anneke begreep niet, wat dat beteekende, als iemand wèg was, en ze begreep heelemaal niet, wat 't beteekende, als iemand dood was.

Erg prettig was 't zeker niet. Alle menschen deden van avond zoo vreemd. Niemand speelde met haar, en niemand luisterde naar haar. Als ze wat vroeg zei moesje telkens maar: „Och kindje, stil nou!".... en de anderen zeiden allemaal: „Ja, hoor, maar dan moet je stil zijn!"

En klein Anneke had speelgoed gevraagd; aan Hanna de groote pop, die ze anders nooit hebben mocht, en aan Bep het kleine wiegje, waar ze altijd zoo zuinig op was, en ze had nóg meer van die mooie dingen gevraagd.... En allemaal zeiden ze: „Ja, hoor, maar stil dan!"

Klein Anneke vond het toen eigenlijk wèl een prettigen avond. Die groote pop paste wel niet in de kleine wieg, maar ze vouwde haar een beetje dubbel, dan lag hij heel netjes....

En toen de anderen naar buiten slopen, één voor één, merkte ze 't bijna niet, en tóen ze 't merkte, vond ze het toch tusschen al dat prachtige speelgoed in 't warme kamertje veel prettiger dan in den kouden donker daar buiten.

Ze zong de mooie pop in slaap met haar vroolijk stemmetje:

„ Tille nacht!

„.... Eilige nacht. „David.... oon, lang verwacht" ....

't Was het mooie versje, dat de anderen nu al zoo vaak gezongen hadden, en dat zij ook een beetje kende. Wat slaapliedjes waren, wist klein Anneke niet. Ze wist alleen, dat je zingen moest bij een kindje dat slapen ging; zachtjes zingen en héél mooi....

Daarbuiten aan 't steigertje stonden de anderen. Aan klein Anneke dacht niemand. Ze riepen, ze schreeuwden,

Sluiten