Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8

terwijl ze haar broer verlegen aankeek. „Is hier niet een meisje, dat zoo erg ziek ligt, en gisteren zoo gevallen is?"

„Ja, dat is hier.... Freule!"'liet de vrouw met een doffe stem hooren en nam meteen een geruit boezelaar weg, dat voor een opening in het wand was gespannen, waarachter zich eene ruimte bevond, nauwelijks den naam van bedstede waardig en waarin op een vuile peluw en gedekt door een bonte doek het bewuste meisje nederlag.... Dat marmerbleeke gelaat (nog bleeker door het ravenzwarte haar) en die

gesloten lippen-, Agnes huiverde er hefe eerste oogenblik van

Ze wilde een stap nader treden, maar een dof gebrom hield haar terug.

„Stil.... Ricordo!" zei de vrouw. — ,,'t Zijn goede menschen! — Komt u maar nader, Freule, indien u niet bang zijt voor honden. Zeker, het beest zal u geen kwaad doen, vooral u niet, die zich wel verwaardigt, om naar mijn arm kind te komen zien." En onder 'thooren van zijn naam, verrees daar een prachtig zwarte kroesharige hond en drong zich nader tegen de bedstede aan, alsof hij daar iets beschermen wilde.

„Ricordo, stil!" herhaalde de vrouw en trok het beest naar zich toe. „O, Freule, dit dier, het was de afgod van mijn arme Nanny. Zij waren altijd samen. De brokjes uit haar mond bespaarde ze voor hem. En toen ze gisteren hierheen werd gebracht, mijn arme kind, zoo gewond, volgde 'tbeest haar pp den voet. Hij is niet weg te slaan van haar bed en hunkert naar eten noch drinken."

Agnes was opgetogen van dat prachtige dier en terwijl zij haren broeder verrast aankeek, hoorde zij zich dóór dezen op gedempten toon zeggen:

„Ga niet binnen. Ik vertrouw dien zwartkop niet!"

„O jonker, weest u niet bevreesd," liet de vrouw snel hooren als een bewijs, dat ook zij had verstaan, wat hij gezegd had. „Och, lieve Freule, mijn arme Nanny — mijn

Sluiten