Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i88

toen ze 's avonds, na een tijdlang gesluimerd te hebben, hare oogen opsloeg en zei ;

„Zit je daar nog bij me.? — Dat is heerlijk van je. Blijf nog wat. Ge zijt me altijd zoo'n koesterend zonnetje geweesty"

„U heeft zeker heerlijk geslapen, Tante?"

„Ja, en ik heb verrukkelijk gedroomd, weer van ouden tijden, toen uw oom nog leefde. —- Ik heb zulke goddelijke muziek gehoord. — En gij hebt toch niet op de piano gespeeld?"

„O neen, Tante!

„Wel neen, dat weet ik ook wel. — Ik droom ,nog zoo half — maar ik ben toch ook zoo moe. — Hoe laat is het nu, Kristien?"

„Vijf minuten voor twaalf, Tante."

„Al zoo laat, bijna middernacht," fluisterde de oude vrouw voor zich héén en scheen weer in te dommelen. Maar geen kwartier later sloeg ze hare oogen weer op en was het, of ze iéts zocht.

„Wou u wat hebben, Tante?"

„Ik — neen kind. — Ik dacht, dat .uw oom hier was — maar ik heb ook weer gedroomd — dat is waar — ge zijt me ook heel best, heve Kristien. — Geef mij eens een hand van u," — en die starende oogen zagen haar een poos kalm aan. Toen zei de zwakke stem, terwijl ze de toegestoken hand flauw drukte: „Be dank u nog wel.... ge weet wel waarvoor."

En Tante sloot hare oogen weer.... en Kristien , beangst door al dat vreemde, belde Melia en zond Kees ijlings naar den dokter en toen deze ook bijna onmiddelijk daarop verscheen, was het hem wel aan te zien, dat hij den toestand van de patiënt erger en ernstiger vond. •

„Ze slaapt nu toch?" zei Kristien beangst.

„Ja".... het de dokter hooren.... en ze zal bÜjven

Sluiten