Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

291

stroomde uit de wonde; en ik voorzag met schrik, dat ik door het bloedverlies weldra zwak en duizelig zou worden — en dan zou alles gedaan zijn. Er moest onmiddellijk een einde aan onze schermutseling gemaakt worden, en daarom, zoodra ik mijn voet had vrijgemaakt, keerde ik mij om, sprong op Caggett toe en greep hem boven het polsgewricht van zrjn rechterhand, om hem te beletten mij te steken, en deed hem, door de kracht van mijn sprong en het onverhoedsche van den uitval, languit op den vloer vallen. Toen ontstond er een verwoede strijd. Hij lag onder mij, staarde mij met een moorddadigen blik aan, en ondanks al nrijn pogingen porde hij mij hier en daar met zijn mes tusschen de schouders. He greep zgn pols met beide handen stevig vast, terwijl het bloed langs mijn arm kwam druppelen en op zijn gezicht viel, dat omhoog gekeerd was.

Weldra was het weinige vertrouwen, dat ik had gehad, verdwenen; ik gevoelde, dat de krachten mij begaven. Vreemde geluiden — kwamen die van binnen of van buiten? — drongen als tromgeroffel in mijn oor. De stevigheid van mijn greep verminderde, en terwijl een gevoel van groote afgematheid mij beving, werd ik mij plots bewust in welk een ijselijken toestand ik mij bevond.

Ik trachtte te bidden, en terwijl ik dat deed meende ik buiten vlugge voetstappen te vernemen. Misschien was de hulp nabij. Die gedachte scheen mijne krachten te verlevendigen; en, inderdaad, dat had ik hoog noodig. Terwijl ik Caggett's hand'greep, die mij zooëven Was ontsnapt, hield ik een wellicht noodlottigen slag tegen. De worsteling begon op nieuw; en onder dat bedrijf was ik er zeker van, dat er iemand naderde. Ik gevoelde mi, dat mijn greep aan vastheid verloor, — en nu sloeg de deur open, en een gedaante — mijn oogen Waren zoo dof geworden, dat ik niet kon onderscheiden wie of wat het was — sprong de kamer binnen. Ik zag een arm één-, tweemaal slaan — en toen geraakte ik buiten kennis.

Sluiten