Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I2Ö

Inderdaad ze geraakte in dien wonderen toestand tusschen waken en droomen, waarin de geest met allerlei bezig kan zijn en toch het vermogen behoudt, zich ook bewust te blijven van hetgeen in de onmiddellijke nabijheid gebeurt. En kort daarop raakte ook Henk in den dommel. Ze ontwaakten eerst weer toen ze reeds Freiburg naderden en door het heerlijke Schwartzwald reden. En toen ze, in den spijswagen gezeten, een eenvoudig ontbijt gebruikten, maakte het zien van al het donkere groen der oneindige pijnwouden Finies geest toch kalmer. Met wat meer belangstelling keken ze het berglandschap aan, zagen ze het donkere water van de hellingen schieten en genoten ze van de vergezichten, die hier en daar, waar een inzinking tusschen de rotsmassa's den blik vrij liet, hun oog bekoorden.

Tegen den middag waren ze in Bazel en opnieuw hadden ze zich bij de douanen te vervoegen. In het uurtje oponthoud gebruikten ze hun middagmaal, en toen ging het weer verder, nu rechtstreeks op het doel aan. Het was nu twee uur, tegen zevenen konden ze in Genève wezen. Met iederen kilometer werd hier het landschap belangwekkender; de bergen werden hooger, en nog even, schoon de dag reeds neigde, zagen ze dicht bij Bern aan den horizon het reuzig bergmassief van het Oberland. Dan viel eensklaps de avond, en ongezien passeerden ze den hoek die bij den helderen dag voor het eerst een blik geeft op het onvergetelijk panorama van het Meer Léman. Trouwens Finie zou er op dit pas zeker ook geen oog voor gehad hebben, want nu ze werkelijk Lausanne, straks Genève begon te naderen, steeg haar onrust, haar angst van kwartier tot kwartier. Zou ze nog vroeg genoeg komen? Zou ze hem nog levend zien?

Het was een geluk, dat Henk rustig en voorkomend zorgde

Sluiten