Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het potlood komt ter sprake

47

straks alles ronduit aan zijn ouders te zeggen. Natuurlijk zou hij eerst alles aan Moeder vertellen, maar hij wist het al vooruit, die stuurde hem toch naar Vader. Hij zou het hem zelf moeten zeggen, daar hielp niets aan.

Moeder zou d'r wel met hem over praten, en dan wist hij wel, wat zij zooal zeggen zou. Ze zou Wel over den Bijbel beginnen. En over den Heere, die gezien had, hoe Hein van het begin af had geknoeid en gekonkeld om overal netjes tusschenuit te draaien. Dan kon z'n moeder zoo ernstig zijn en Hein luisterde er wel graag naar, maar 't moest niet te lang duren. Dan werd je er zoo droevig van, dat je haast ging huilen....

„Hein! Opstaan! 't Is halfacht!"

't Was Vader, die hem riep. Vlug sprong Hein zijn bed uit en kleedde zich aan. Gauw wasschen en kammen, zie zoo.... nu naar beneden. Zou hij er direct over beginnen? Hè, nee.... 't was nog zoo vroeg. Maar even uitstellen. Als hij uit de kerk kwam, was 't nog tijds genoeg.

Heins broertjes en zusjes waren ook spoedig klaar. Ze zouden allen met Vader en Moeder naar de kerk gaan. Dat was een goede gewoonte en hoe gaarne Hein ook eens een keertje wilde thuisblijven, Vader en Moeder wilden er niet van hooren.

Dezen keer had Hein niet veel aandacht bij de preek. Hij dacht maar steeds aan de bekentenis, die hij zou moeten doen en hoopte in stilte, dat de dominee heel lang zou preeken, dan kon hij eerst nog een tijd er over denken, vóór hij zou moeten spreken.

Nu, de preek duurde dien morgen nogal lang, maar aan alles komt een eind en zoo ook aan deze godsdienstoefening. Uit de kerk bracht Vader visite mee naar huis, een langen diaken met z'n vrouw; die bleven koffiedrinken. Nu kon Hein dus nog niets zeggen, met die vreemde men-

Sluiten