Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

Schobbertje

gemaakt had. Dit laatste deed ze echter meer voor het oog van de bezoekster, want wat zindelijkheid betrof, nam ze het nu niet zoo erg nauw.

Inmiddels was de juffrouw met Schobbertje verder aan 't praten geraakt en nu kwam ze te weten hoe alles zoo gekomen was. Eerst was Schobbertje nog wel wat terughoudend, maar de vriendelijke woorden van zijn Zondagsschoolonderwijzeres brachten hem er geredelijk toe, haar alles toe te vertrouwen.... van dat fleschje en van Guurt, en van dat zitten in die loods op de werf. Wat hij toen had gedacht, zei hij allemaal, niet zoo mooi achter elkaar als een verhaal; maar bij stukjes en beetjes wist de juffrouw toch te weten te komen, wat er allemaal in zijn hart geweest was. En er was iets van blijheid in zijn oog, toen hij sprak van die overwinning op zichzelf, van de hulp die hij zijn vijanden had geboden.

Maar de juffrouw merkte wel, dat Schobbertje toch nog meer had, wat hij graag zou willen vertellen, maar dat hij niet goed scheen te durven. Ze begon toen te praten over de Zondagsschool en over den Heere Jezus en hoe Hij voor Zijn vijanden had gebeden aan het kruis. O, wat vond Schobbertje dat echt, te luisteren naar die prettige stem van de juffrouw, die nu heelemaal voor hem alleen vertelde! En in een vertrouwelijk oogenblik, toen ze net tegen hem deed of-ie 'r eigen broertje was, kwam al zijn hoop en vrees er ineens uit: hoe hij ook van den Heere Jezus hield, maar toch nooit eens iets kon doen dat goed was. Dat hij graag bij Hem zou willen zijn, als hij stierf, maar dat dat natuurlijk niet kon, omdat hij altijd ondeugende gedachten had en precies verkeerde dingen deed. Dat de Heere hem wel geholpen had om zijn vijand goed te doen, maar dat hij toch niet gerust was om te sterven. Hoe hij graag z'n best er voor wou doen....

Sluiten