Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraagt, of de Heere het onderwijs zegenen wil/'

Als de juffrouw: Amen zegt, kijkt Wil even om. De juffrouw kijkt ook, wie er toch zoo huilt. Telkens hooren ze een snik.

„Wat is dat nou, kindje," zegt de juffrouw.

„Kom, niet huilen, hoor! Je wilt toch zeker geen klein meisje zijn, hè?"

„Ik wil.... naar .... huis."

„Dat is goed," zegt de juffrouw, „maar we zijn nog niet klaar. Het wordt o zoo prettig» Ik zal jullie eens wat vertellen, een heel mooie geschiedenis» Hóór je graag vertellen?"

Ja, knikt kleine Liesje, want zoo heet ze»

„Luistert dan allemaal maar eens goed."

Nu begint de juffrouw de eerste geschiedenis uit den bijbel te vertellen: de geschiedenis van de schepping» Wat luisteren ze allemaal goed. Liesje vergeet heelemaal haar verdriet. Ze heeft haar zakdoek niet meer noodig voor al die tranen. Ze begint het al een beetje prettiger te vinden. Vooral, nu de juffrouw zoo mooi vertelt. De tweelingen luisteren ook goed. Ze kennen het verhaal van de schepping wel.

Moeder heeft het pas nog voorgelezen uit den kinderbijbel. Maar toch zitten ze o zoo stil te luisteren. Als de juffrouw klaar is, weten ze best, wat er nu komt.

Van Adam en Eva, die ongehoorzaam geweest zijn.

4 WÜ en TU

49

Sluiten