Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

Hansje en Timmie waren later bij haar in bed gekropen, toen 't al een beetje dag werd en heel schielijk had moeder hare tranen afgedroogd. Haar lieve kinderen bezaten toch een Vader in den hemel, die over hen waakte.

't Was toch nog een prettige Kerstmorgen geworden want Adri en Rina. waren met hun kersttimpen voor den dag gekomen en moeder had een van haar laatste dubbeltjes gegeven om er poederchocolaad voor te koopen.

„'t Mag toch wel op Kerstdag, hè moeder?" had Adri gevraagd. „Kerstmis is toch geen Zondag. Op Zondag mogen wij niet koopen."

„Ja, 't mag best", stond moeder toe. „De Zondag is de dag die de Heere gemaakt heeft, dien moeten wij heiligen en dan mogen wij ook geen andere menschen laten werken. Maar feestdagen zijn dagen die de menschen gemaakt hebben. Om die te heiligen gebiedt ons de Bijbel niet."

Nu waren zij met hun allen thuisgekomen.

Moeder had niet veel geld voor een feestmaal kunnen uitgeven, want in deze twee Kerstdagen werkte zij niet dus zij verdiende ook minder. In deze week tobde zij nog al eens hoe zij er toch komen moest. Adri en Rina lustten stapels boterhammen en wat versleten zij een kousen en schoenen.

Toen vader nog leefde had moeder aardappels kunnen koopen voor den winter en kolen en turf, dat kon nu allemaal niet gebeuren. Maar moeder

Sluiten