Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

ketting lag, luidkeels te blaffen. Allen schrokken op en luisterden naar de naderende voetstappen.

„Wij krijgen waarlijk nog bezoek?" zeide Mevrouw Vermeulen, met spinnen ophoudend, „dat is zeker Van Walen."

Hans sprong op en liep de bezoekers tegemoet, „dat is aardig, dat U nu eens een uurtje komt, buurvrouw", zeide mevrouw Vermeulen, van haar stoel opstaand.

„En zie eens aan, daar is Frits waarlijk ook; dat is nog eens pleizierig voor jullie, hé?" wendde zij zich tot de kinderen en nam vrouw Van Walen haar doek en muts af.

„Hé, goeden avond Griet, jij ook hier. Jij spint er maar weer ijverig op los. Nu Louise zal wel een aardig koffertje linnen en katoen in haar uitzet krijgen, niet waar?"

Vrouw van Walen nam haar breiwerk uit haar korfje en begon te breien.

„Ik houd op te spinnen", zeide mevrouw Vermeulen.

„Ik heb de wol opgesponnen en vlas kan Griet spinnen. Louise, geef even mijn breiwerk uit het mandje."

Stilletjes wilden de beide knapen de kamer uitgaan, doch het was mevrouw Vermeulen niet ontgaan, en deze riep:

„Waar willen jullie in het donker nog heen?"

„Ik wil Frits mijn kleine konijntjes even laten zien, mama. Wij komen direct terug", zeide Hans met het eerlijkste gezicht van de wereld en deed, alsof hij met zijn vriend naar de plaats holde, waar hij een groote, diepe lade als konijnenstal had ingericht. In werkelijkheid gingen zij echter naar de slaapkamer, waar hij het tooisel voor zwarten Piet onder het bed verstopt had:

„Wacht even Frits, ik zal eerst het beest hierhalen. Ik weet, waar hij is", zeide Hans, nam het lichtje mede en ging naar de keuken, waar de zwarte kater in de turfkist lag te slapen.

Het dier zacht streelend, nam hij het op en droeg het naar de slaapkamer.

„Zoo, nu zullen wij je eens mooi maken, zoodat Griet

Sluiten