Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

„Hoe zullen we 't aanleggen, om die schapen te vangen ?" vroeg Manni. „Ze loopen toch veel sneller dan wij."

„Ja, dat is de groote moeilijkheid. Toch geloof ik wel, dat we er eentje te pakken zullen krijgen."

„O, als we dat eens konden !"

„We zullen eerst 'ns 'n oogenblikje halt houden, om de zaak te overleggen."

We gingen op 't zachte mos zitten, en hielden raad.

,,'t Eerste wat we doen moeten," zei ik, „is, dat we Fidel goed stil houden. Hij moet bij ons blijven en heel rustig zijn, anders zou ie door z'n springen en z'n blaffen de schapen bang maken."

„Fidel !" riep ik. En de hond kwam direct naar me toegeloopen. Ik haalde 'n touw uit m'n zak en deed het hem om den hals.

„Nu zal 't het beste zijn," zei ik tot m'n broertje, „dat jij den hond vasthoudt en goed op hem let. — Ik zal genoeg te doen hebben met de schapen. Ik zal veel moeten loopen."

Manni stemde er aanstonds mee in, dat hij den hond vast zou houden. Ik bond nu het losse einde van 't touw om z'n pols, omdat ik bang was, dat de hond in z'n vurigen ijver zich zou losrukken.

„Nu moeten we trachten, om heel voorzichtig zoo dicht mogelijk bij de schapen te komen en tegelijk zorgen, dat ze tusschen ons en den rotswand in blijven." |p||

We stonden op en gingen eerst iets Zuidwaarts, totdat de grazende kudde zich tusschen ons en den steilen rotswand bevond. Daarna gingen we heel voorzichtig recht er op af.

Voortdurend moesten we Fidel tot bedaren brengen en hem gebieden om zich heelemaal stil te houden,

Sluiten