Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

deze bestaat er niet. Wèl bekome het u ! — Maar nu is het tijd dat ik naar Mödruvellir ga."

Vlug ruimde hij nog de „tafel" af en verkleedde zich. $0$%.

Vóór hij ging, legde hij ons nog uit, hoe we op ons bed van mos moesten gaan liggen om heerlijk te slapen, en hoe we met een paar aan elkaar getimmerde planken den ingang van het hol moesten afsluiten om alle ongewenschte bezoekers buiten te houden.

Toen nam hij z'n geweer en we volgden hém door de donkere gang de grot uit.

Hij sprong op z'n paard en reed in vollen galop weg.

Lang keken we hem neg na. Snel en zeker rende hij de berghelling af, tot hij tusschen de rotsen en kloven verdween. —

Nu stonden we weer alleen in de uitgestrekte bergeenzaamheid en we voelden ons eigen als echte berghelden.

De zon stond al heel laag aan den Noordwestelijken hemel, en 't moest dus al heel laat geworden zijn.

„Wat is 't hierboven toch wondermooi !" zei ik tegen Manni; „ik zou hier wel graag als banneling willen blijven."

Manni lachte hardop over mijn inval en zei : „Ja, dat wou ik ook wel, maar dan moest moeder erbij zijn."

Teen gingen we naar ons paard, dat nog op het grasveld weidde, streelden en liefkoosden het, en gingen toen in 't hooge gras liggen om een praatuurtje te houden. Maar 't duurde niet lang of we werden slaperig. We stonden daarom op en gingen weer in de grot. Den ingang sloten we, zooals Harald ons gezegd had. Vóór ons groot bed knielden we neer en deden ons avondgebed. In 't bizonder dankten we God, dat Hij ons dien dag uit zoovele gevaren had gered.

Sluiten