Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

166

het pad, zoodat Jo wel afstappen moest.

Voor hij om een verklaring vragen kon, begon de ander al:

„Ben jij die jongen, die boter halen moest?"

„Ja," bekende Jo.

„Waarom heb je ze dan meer dan een uur in angst daten zitten?"

„Ik ga gauw terug," zei Jo, alsof hij de vraag niet gehoord had.

„Nou, dat mag wel, ze zullen overal zoeken. Die jongen van De Ruiter is nog door dat noodweer naar ons huis gekomen, om te vragen, of je er was. Hij had zijn hals wel kunnen breken."

„Hoe dat," vroeg Jo onthutst.

„Hij is vlak voor de deur geslipt. Hoe licht had hij met zijn hoofd op een steen terecht kunnen komen."

„Is er iets ergs met hem gebeurd?"

„Neen, hij zit alleen maar dik onder de modder. Maar als er wat ergers gebeurd was, was het jouw schuld geweest. Je verdient

Sluiten