Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

je me verschuldigd zijt, neem daarbij nooit je toevlucht tot drift en geweld, zelfs niet in woorden. Zulke handelwijze kan slechts verbitteren, terwijl de zachtheid de harten treft en soms zelfs de boozen beschaamt."

Emilianus omhelsde zijn moeder. Vervolgens knielde hij neer en bad in diepe ingetogenheid 't avondgebed. Wat treffend schouwspel bood die krijgsman, zijn stem vereenigend met die van zijn moeder en zusters om den gebannen God aan te roepen; biddend voor zijn broeders en hun vijanden, voor de vervolgers zoowel als voor de vervolgden. Elk christenhart zal 't beter gevoelen, dan wij 't zouden kunnen uitdrukken.

Toen 't gebed geëindigd was, sprak Emilianus tot Volumnia:

— „Ik heb met mijn legerbenden onder de bevelen van Diocletiaan gestreden en hij heeft me lang met zijn vriendschap vereerd".

— „Misschien bemint hij je nog, kind", antwoordde Volumnia.

— „In dien tijd," vervolgde Emilianus, „vertrouwde hij den christenen de moeilijkste ondernemingen toe en eerbiedigde onze godsdienstige praktijken. Wat is hij toch veranderd! Zal God hem niet straffen?"

— ,,'t Geluk van den goddelooze vergaat, Emilianus!"

— „Dat is waar, moeder, en we moeten 't geduld van God bewonderen, die 't uur der gerechtigheid afwacht".

— „Ja, jongen."

— „En de christen moet lijden zonder klagen."

— „Ja, jongen."

— „Diocletiaan wil de Kerk vervolgen! Dat God hem

oordeele, over hem zijn barmhartigheid uitstortte en ons de

Sluiten