Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

69

heid, treurigheid en bittere gedachten van twijfel en wanhoop heerschten. Ik heb de broederlijke liefde der christenen bewonderd; ik heb hun goedheid, hun geduld, hun gelatenheid, hun onoverwinnelijk geloof gezien; ik heb 't verlangen in me voélen opkomen hun te gelijken. Ik ben nog geen christen, doch ik geloof en hoop reeds en ben gelukkig. Aan u heb ik dat geluk te danken; en ik zou ongevoelig kunnen zijn voor je lijden, en je, al ware 't ook met gevaar van mijn leven, de vrijheid niet weergeven, waarvan de onrechtvaardige haat der menschen je beroofd heeft!.. Volg Emilianus, bezwijk voor de gebeden van Domnina, keer terug in 't midden der christenen, zoo ik je smeeken mag!"

Trulliana en Claudiana door dit dringend aanhouden overwonnen, stemden er eindelijk in toe de gevangenis te verlaten.

Emilianus ging met de christinnen naar buiten en Anthelus verdween in de cel van den bewaker. Bij 't einde der straat gekomen zagen ze aan den hemel 'n onmetelijke klaarte en kronkelende vlammen boven de hoogste huizen opstijgen.

Er was 'n verschrikkelijke brand ontstaan: 't vuur verslond 'tr prachtige paleis van Diocletiaan. Dit was de oorzaak van 't rumoer, dat de christenen in de gevangenis 'n oogenblik had doen beven.

De vlammen, die met onstuimigheid door alle openingen naar buiten drongen, dreven iedereen terug, die het reusachtig gebouw wilde binnendringen om de kostbare vazen en rijkdommen van den keizer aan 't woedende element te ontrukken. Eenigen, verlangend hun stoutmoedigheid te toonen, beproefden er hoorheen te worstelen,' doch werden als door 'n onweerstaanbaren stroom teruggeworpen. Anderen trokken brandende stukken hout los en wierpen ze ter

Sluiten