Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

191

Zoo is 't gedrag, zoo zijn de gevoelens der christenen, en men zou ons als misdadigers en oproermakers willen voorstellen! Gave God, dat 't recht in onze dagen slechts zulke

schuldigen te straffen had en dat de regeeringen door geen andere komplotten in hun bestaan bedreigd werden!

Moet 't ons nu verwonderen, dat de goddeloosheid niets goddelijks, niets bovennatuurlijks gevonden heeft in den heldhaftigen dood der martelaren, en dat zij ze zelfs vergeleken heeft bij de Stoïcijnen, bij de Donatisten, bij de Hugenoten, bij de Indianen, die zich onder den wagen van hun afgoden werpen of bij ^ de Indiaansche vrouwen, die zich op de lijken van hun echtgenooten laten verbranden?

Is 't zelfs noodig zulke beweringen te weerleggen? Ons schijnt 't nutteloos. We zouden de vrijwillig blinden en dooven toch 't gezicht en 't gehoor niet kunnen teruggeven, en wat we gezegd hebben, moet voldoende zijn voor hen, die, te goeder trouw de waarheid zoekend, de geschilpunten met kalmte bestudeeren en de feiten met onpartijdigheid beoordeelen.

Deze laatsten zullen spoedig met ons zeggen: Eer en roem aan de martelaars! Eer en roem aan de moedige getuigen van Jesus Christus! Hun nagedachtenis is ongerept, zooals hun leven geweest is. Niets kan den glans van hun purperen gewaad verduisteren.

Sluiten