Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

I. EEN GEUZENLIEDJE.

plotseling door een onvoorziene omstandigheid zijn wensch vervuld zag.

Niet denkende aan den toestand, waarin zijn paard verkeerde, had de jonkman juist het arme dier op nieuw tot grootere snelheid aangespoord, toen het van vermoeidheid struikelde, en stellig gevallen zou zijn, had niet de behendigheid van zijn berijder dit verhinderd.

Een straal van hoop verlichtte het gelaat van den knecht.

— Wij hebben reeds een goed eindweegs gereden, jonker, zeide hij, den teugel intrekkend, en onze paarden zullen niet veel verder kunnen, als wij ze niet een weinig laten uitrusten.

— Wij moesten ze eens laten drinken, zeide de jonge edelman. Is hier niet ergens een herberg in de buurt?

Met deze woorden sprong hij van zijn paard, en begon nauwkeurig te onderzoeken, of het ook eenig letsel had gekregen.

— Op honderd schreden afstands is de „Hartog" denk ik, antwoordde de knecht, met zijn lippen smakkende als in het vooruitzicht van een goed onthaal.

— Komaan dan! zei de jonker. En nadat zij eenige schreden langzaam waren voortgereden, kwamen zij ook werkelijk in het gezicht van een ellendige hut, die nauwelijks den naam van herberg verdiende, en waarvoor een slecht geschilderd uithangbord prijkte, waarop te lezen stond:

Hier is een feest Voor man en beest.

Wat de beesten betrof, scheen dit inderdaad ook het geval te zijn, want vóór het huis, onder de schaduw der groote boomen, vergastten zich een aantal varkens aan hun avondeten. Maar of er voor de menschen een geschikte gelegenheid bestond, om hun honger te stillen, scheen de jonker wel eenigszins te betwijfelen, en met een ongeloovig gezicht trad hij de donkere morsige gelagkamer binnen, en vroeg om een kan bier.

Het weder was warm, en het bier beter dan men kon verwachten, zoodat de jonker zijn tweeden beker spoedig zou geledigd hebben, ware hij niet door het luidruchtig gesprek van twee personen en het daarop volgende gekletter van zwaarden opmerkzaam geworden en naar een

Sluiten