Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

IV

Hoe hij zijn poeders innam.

Mijnheer S. was ziek en liet den dokter roepen. De dokter schreef hem poeders voor, — en kwam twee dagen later nog eens naar zijn patiënt kijken.

„Waar is Mijnheer?" vraagt hij aan het dienstmeisje.

„In de badkamer," is het antwoord.

De dokter vraagt haar, hem den weg te wijzen en, als hij de deur van de badkamer opendoet, ziet hij Mijnheer S. in het bad zitten.

„Maar —" zegt hij — „maar Mijnheer, hoe komt u er toch bij, nu een bad te nemen? U hadt me eerst wel eens mogen vragen of ik dat goed vond."

Verbaasd kijkt Mijnheer S. den dokter aan. „Nou nog mooier!" roept hij uit, „en hebt u zelf dan niet gezegd.dat ik die poeiers in water moest innemen?" —

Een sluitappel.

Wie van jullie heeft wel eens een „sluitappel" gemaakt? Wij maakten ze vroeger dikwijls, nadat een aardige, vroolijke oom, die veel van kinderen hield, het ons geleerd had. Gemakkelijk vonden we 't in 't begin niet en we sneden vaak scheef, maar langzamerhand leerden we 'tnet

zoo netjes doen, als Oom zelf. Dan zag de ^—v^— appel er zóó uit, en je kon de bovenste { \ helft er af lichten. Oom zei: „Kijk, als ik f\/\/\jA nu de onderste helft een beetje uithol, dan l J is 't een snuifdoos." Maar wij gebruikten

^ •* s den appel als „bonbonnière." We deden er

pepermuntjes in of muisjes, en presenteerden die aan onze kennisjes. Je hebt hiervoor natuurlijk een grooten, mooien appel noodig, bijvoorbeeld een goudreinet. De sneden maak je er in met een puntig mes, en allen zóó diep, dat ze tot in 't klokhuis doordringen, 't Beste is, den omtrek van den appel eerst even te meten en dan de plekjes, waar de sneden beginnen en eindigen, even te merken. Dan is er minder gevaar, dat je slordige lijnen maakt.

Sluiten