Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

Op weg daarheen kwam hij bij een bijna uitgedroogd ]

vijvertje, op welks bodem vrjf groote visscnen naar adem lagen te snakken.

„Ach, die arme visscnen!" dacht hij, „als ik ze niet gauw red, gaan ze dood!"

Toen liep hij vlug naar huis terug, haalde een pot vol water, legde daar de halfdoode visschen voorzichtig in en bracht ze naar de rivier, waar ze dadelijk hun vinnen weer begonnen te roeren en lustig wegzwommen.

De pottenbakker dacht niet meer aan dit avontuur, maar de visschen vergaten het niet.

Nadat ze hun tijd hadden uitgeleefd, kwamen ze te sterven : en hun zielen leefden voort als vijf „jaksja's" of goede geesten, dje. meestal in vijgenboomen leven.

Ondertusschen was ook de pottenbakker gestorven en zijn ziel kwam op aarde terug in het lichaam van een „ksatrija" (edelman) die wèl tot de kaste der krijgslieden behoorde, maar heel arm was. ;

De vijf jaksja's woonden nu in een vijgenboom. dicht bij de poort van de stad Sakosala, en eens op een dag zaten de „ksatrija" en zijn vrouw, vermoeid en hongerig, onder dienzelfden vijgenboom.

Nu wou het toeval, dat den vorigen nacht de koning van Sakosala gestorven was en, omdat hij geen zoon naliet, die hem kon opvolgen, moest de Heilige Olifant, welke in die stad zijn tempel had, den nieuwen Koning aanwijzen.

De Grootvizier liet hem prachtig optuigen, vulde toen

een gouden kruik met welriekend water, en de Heilige Ulilant; greep die vast met zijn slurf.

En, bij de klanken van de „vijf soorten Van muziek" (luiten, gongen, cimbalen, pauken en trompetten) die volgens] het aloude gebruik bij een dergelijke gelegenheid behoorden, trok een groote processie de stad door, geleid door den Heiligen Olifant, die voorop ging.

Sluiten