Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET NEGENDE GEBOD,

WAARHEID.

I.

LETTERLIJKE ZIN VAN HET GEBOD.

Gij zult geene valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste.

Exodus 20 : 16.

Het negende gebod luidt naar Exodus 20 : 16 en evenzoo naar Deut. 5 : 20: Gij zult geene valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste.

Ook dit wordt, gelijk al de tien geboden, gezegd tot den Israëlietischen man.

In het oorspronkelijke is tusschen den tekst in Exodus en dien in Deuteronomium een klein verschil, dat in onze Statenvertaling niet uitkomt. In Exodus 20 : 16 toch staat letterlijk: Oij zult niet antwoorden, en wel den vragenden rechter, — m. a. w. geen getuigenis afleggen bij den u vragenden rechter — voor of tegen uw naaste, voor of tegen „een ander, een met wien gij omgang hebt, uw genoot, uw volksgenoot", — als een getuige der leugen. In het Hebreeuwsche woord voor „getuige" en .getuigenis" zit het begrip „vast", „krachtig", „waar", en dan van bekrachtigen, bevestigen. In Exodus staat dus letterlijk: „Gij zult niet antwoorden (voor) tegen uw naaste als getuige der leugen." Of wil men meer naar den zin: „Gij zult geen leugenachtig getuigenis afleggen tegen uw naaste."

In Deuteronomium 5 : 20 — en nu komen wij tot het verschil — staan op één na dezelfde woorden. Hier toch staat in plaats van „getuige der leugen" of „leugenachtig getuigenis", „getuige der valschheid" of „valsch getuigenis". Het woord, dat hier in Deuteronomium wordt gebruikt, is schaw. Het is hetzelfde woord, dat wij vroeger ontmoet hebben bij de behandeling van het derde gebod: „Gij zult den Naam des Heeren niet ijdellijk gebruiken", of, zooals er letterlijk staat, „opheffen tot het schaw", d. i. het „ijdele", het nietige, dat wat geen grond of bestand heeft, het onechte, het valsche.

Sluiten