Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

450

VAN 'S HEEREN ORDINANTIËN. — DE SABBAT

een ongerechtigheid heet (Jesaja 1 : 13), noemt ook, in den naam des Heeren, den mensch welgelukzalig, die den Sabbat houdt, zoodat hij dien niet ontheiligt (h. 56 : 2). In dit karakter van den Sabbat als teeken lag het specifiek Israëlietische.

IV.

DE ISRAËLIETISCHE SABBAT NA DE BALLINGSCHAP.

Van dien tijd af kwamen zij niet op den Sabbat.

Nehemia 13 : 21 ft.

't Was na de ballingschap in Babel.

Nehemia, de landvoogd van den koning van Perzië, de man, door wiens goede zorgen Jeruzalem's muren en poorten waren herbouwd, was zooeven teruggekeerd van zijn reis naar koning Arthahsasta. Thans was voor den staatsman de tijd gekomen om. de reformatie van zijn volk ter hand te nemen.

Zij was noodig óók op het stuk van den Sabbat.

Met eigen oogen had hij gezien, hoe in het land van Juda, in de omgeving van Jeruzalem, de rustdag ontheiligd werd. Als op een gewonen werkdag stonden dan sommigen in de perskuipen de druiven te treden; anderen sleepten vrachten koren aan en laadden die op de ezels; weer anderen kwamen aandragen met zakken wijn, met druiven, met vijgen, met allerlei eetwaren. Eindelijk, als alles gereed was, trok men naar de stad; zelf beladen, de lastdieren, zwaar bevracht, voor zich uitdrijvend. Reeds werden de poorten van Jeruzalem niet meer door de zon beschenen, maar nóg was het Sabbat, als met hun koopwaren, in lange rijen, de kramers en handelaars, vermoeid en bezweet van den langen tocht, na een dag van arbeid, de stad binnentrokken.

Dan werd er gerust, om op den volgenden dag, vroeg in den morgen, in Jeruzalem markt te houden.

De landvoogd verscheen met zijn gevolg te midden van de bedrijvige menigte. Hij wendde zich tot de verkoopers; hij betuigde tegen wat zij gisteren gedaan hadden; tegen hun ontheiligen van den Sabbat; tegen hun overtreden van 's Heeren gebod.

Maar zij lieten hem praten.

Den volgenden Sabbat, vóór de zon was gedaald, stonden zij weer voor de poorten.

Dan, niet slechts de buitenmenschen, ook de burgers van Jeruzalem ontheiligden den Sabbat.

Er woonden kooplieden uit Tyrus In die dagen te Jeruzalem.

Deze dreven daar een handel in visch, die zij, waarschijnlijk gedroogd, van hun landslieden kregen. Zaken doen zat in het bloed, en daarbij,

Sluiten