Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXVIII. HOOFDSTUK IV.

97

Sions tempel verrezen was, de viering van het Pascha aan het opgaan naar Jeruzalem verbonden, maar in zijn instelling was dit niet zoo. Toch bleef een iegelijk waar hij was en vierde in zijn eigen woonstede het Pascha des Heeren. En in dien zin nu is de Paaschdisch feitelijk in den Verbondsdisch des Nieuwen Testaments voortgezet. Ook tot dezen disch toch treedt een iegelijk in de plaatse zijner woning toe. De geloovigen van elke stad of elk dorp worden geacht één geestelijk huishouden te vormen, en dit geestelijke gezin vereenigt zich om in de tegenwoordigheid des Heeren, aan zijn disch, te genieten wat Hij uitreikt.

Juist hieruit blijkt dan ook hoe diep het wezen van het heilig Avondmaal wordt aangerand, zoodra men de Tafel des Heeren zonder tafel viert, gelijk, met uitzondering van de meeste Calvinisten, nog steeds alle Christenen doen. Dit voelt men wel niet zoo, omdat men dan het altaar de Tafel des Heeren noemt, en in vele kerken ook metterdaad een soort tafel als altaar bezigt. Maar natuurlijk dit redt de zaak niet. De tafel toch is bij den disch niet een soort aanrecht, om allerlei spijzen op te zétten, opdat een iegelijk tot dit aanrecht toetrede, om er iets af te nemen, maar de hoofdbedoeling van de tafel is, dat de personen die genood zijn er zich omscharen, gaan aanzitten, en nu als aanzittende gasten gespijsd worden. Ook bij groote partijen, als het getal der genooden te groot is en de zaal te klein en de disch niet zooveel plaatsen biedt, doet men het wel op de losse manier, dat öf de spijs door de zaal wordt rondgediend, öf van een buffet door ieder genomen wordt wat hij verlangt; maar in zulk een geval is er ook geen maal, geen disch, geen maaltijd geweest; was het gezellig verkeer of het aanhooren van toespraken hoofdzaak; en strekte het ronddienen alleen om dorst en honger te voorkomen. En toch, dat is het eigenlijk wat er in de meeste niet-Calvinistische kerken van het heilig Avondmaal is gemaakt. In de Roomsche kerk gaat een ieder de trap van het altaar op en ontvangt als communie van den priester een klein oblaat. In de Engelsche Bisschoppelijke kerk gaat het evenzoo, dat men neerknielt voor het hek van het altaar, en in die knielende houding zich een stukje brood en een teug wijns laat reiken door den geestelijke. In de Luthersche kerk is het óf een tafel öf een soort altaar waar men toetreedt, om staande of knielende te communieeren. En elders draagt men dan brood en wijn weer door heel de kerk rond, terwijl een iegelijk op zijn plaats blijft zitten.

Wat aanleiding tot deze vervorming van het heilig Avondmaal gaf, was oorspronkelijk echter niet de zucht der hiërarchen, om als offerende priesters op te treden. De aanleiding was doodeenvoudig een practische

E Voto III 7

Sluiten