Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXIX. HOOFDSTUK II.

131

Men noemde dit Consabstantiatie, in tegenstelling met de Roomsche Transsubstantiatie; wat zeggen wil, dat te zamen met (con) de zelfstandigheid van het brood en den wijn, de zelfstandigheid van het lichaam des Heeren genoten werd.

TWEEDE HOOFDSTUK.

Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen, Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid, Amen. Rom. 11 : 36.

Bij het licht van ons vorig hoofdstuk, kan het niet moeilijk zijn, duidelijk in te zien, hoe het met de onderscheidene meeningen over de Goddelijke actie in het heilig Avondmaal staat.

Die nuchtere, aan alle mystiek gespeende, geloovigen, die in Zwingli hun voornaamsten tolk vinden, zien in het heilig Avondmaal alleen aan wat voor oogen is. Ze zien dan eenige personen saamkomen en zich scharen om een disch. Ze zien er één die voorgaat, en die aan dien disch eenig brood breekt en een beker wijn rondgeeft. Ze hooren enkele woorden spreken. En ze zien, dat de aan zitten den brood nemen en dien wijn drinken. Maar meer zien ze ook niet. Ze zien er niets van den Christus. Niets van den Heiligen Geest. Er grijpt voor hun besef geen enkele Goddelijke actie plaats. Al wat er plaats grijpt is eene actie des menschen. De mensch doet er iets, God niets. Of om het in Zwingli's eigen woorden uit te drukken: De Avondmaal-ganger komt aan het heilig Avondmaal wél om iets te betuigen, iets te verklaren, iets te belijden aan God, maar niet om iets te ontvangen van God en innerlijk door zijn God te worden verrijkt.

Dit Zwingliaansche standpunt nu is steeds door onze Gereformeerden bestreden en verworpen, zóó zelfs dat de Zwitsers, nog eer Calvijn optrad, zich in hun Bazelsche Confessie reeds veel warmer uitdrukten. Maar al hebben ook onze kerken in haar Catechismus en Belijdenis dit doode en dorre Zwinglianisme geheel opzij gezet, toch kankert deze Zwingliaansche voorstelling nog altijd op tweeërlei wijze bij ons voort. Ten eerste onder de wereldsche kerkleden, die van alle geestelijk mysterie afkeerig zijn, omdat ze er geen oog voor hebben. En ten tweede, en dat is dieper te betreuren, bij vele vrome kinderen Gods die nog altijd wanen, dat men aan het heilig Avondmaal komt, alleen om iets aan God te brengen of

Sluiten