Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXXI. HOOFDSTUK XI.

323

te staan gekomen. In Brakels voorbeeld, die nog een laatste poging waagde om de vrijheid der kerk te redden, ziet men tot wat machteloosheid toen reeds de kerk gekomen was. Het feit, dat na de Synode van Dordt in 1619 in de 17de en 18de eeuw geen enkele generale Synode meer saamkwam, bewijst maar al te droef, in wat knechtelijken staat de kerk geraakt was. Het kwijnen onzer diaconieën strekt ten bewijze hoe alle kerkelijk leven verdorde en verarmde, waar het onder pressie van den Staat kwam. En hoe in het laatst der vorige eeuw en het begin van deze eeuw alle Gereformeerde fierheid uit onze kerken geweken was, tot eindelijk de Belijdenis bestoven in de kist lag, een vreemde hiërarchie over onze kerken werd ingesteld, en de aloude kerk der Reformatie haar kansels ontsloot voor mannen, die op de meest drieste wijze Gods Woord vertraden en zijn Sacrament ontheiligden, leert de jammerlijke geschiedenis dezer eeuw, en heugt ons nog levendig uit de jongste kerkelijke troebelen. Dit nu was het gevolg van het schipperen waartoe men zich reeds in de zeventiende eeuw verleiden liet. Schijnbaar waren de Staatschen geslagen en zegevierden de Calvinisten, maar door het onzalige idee van de ééne Volkskerk boetten de Calvinisten almeer hun eere, hun invloed en de zuiverheid van hun positie in.

Dankbaar mag daarom het feit geconstateerd, dat de Gereformeerde kerken thans, aan deze bekoring en verleiding ontkomen, metterdaad tot deger zelfstandigheid en betere Christelijke vrijheid geraakt zijn; indien ze nu maar toezien, dat ze niet nogmaals, langs een heel ander pad, allengs in denzelfden, of nog ergeren knechtelijken staat verzinken. Er is namelijk een theorie; de theorie van het collegiale kerkrecht; die iets zeer verleidends heeft; die de geesten neertrekt; en waarvan het noodlottige en schadelijke door veel goede Calvinisten nog altoos niet wordt ingezien. Deze theorie bestaat namelijk hierin, dat de Sleutel onder het Zwaard ga schuilen, en aan het Zwaard zijn recht tot actie ontleene. De macht van het Zwaard namelijk heeft er niets op tegen, dat er in den Staat allerlei vereenigingen of colleges gevormd worden, en laat deze colleges geheel vrij om te leven naar eigen wetten; mits dit ééne maar vaststa, dat ze het recht om aldus op te treden ontleenen aan het Zwaard, of wil men aan de Overheid. Dit nu lacht velen toe, en deze broederen zien er dan niet het minste kwaad of gevaar in, om hun kerk op die wijs in het collegiaal gareel der Vereeniging te laten loopen, en voorts naar eigen goedvinden te leven. Hiermee echter is de hoogheid van den Christus aangerand, en de Sleutel onder het Zwaard gesteld; wat nooit mag, en waartegen onze vaderen zich tot het uiterste toe verzet hebben. De kerk

Sluiten