Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXXIV*. HOOFDSTUK VI.

545

inzit. En dat desjBettemin zooveel jongelieden uit Christelijke kringen u soms half lachend afvragen: „Wat zit er nu in kaartspel toch voor kwaad ?" toont maar al te droef, hoe achterlijk onze Christelijke opvoeding is, waar het de eerste hoofdstukken der religie geldt.

De weddingschap staat natuurlijk met deze soort spelen op één lijn, en is als zoodanig evenzeer af te keuren. In zekere zaken te wedden verbiedt reeds de gewone eerlijkheid en het zeggen: „Als ge het weet, moogt ge niet wedden" geeft hieraan uitdrukking. Wedden heeft dus op wat men noemt eerlijke wijze alleen plaats, zoo er in de berekening van beide zijden een onzeker iets overblijft, waarop men geen pijl kan trekken. Men verbindt dan zekere som gelds aan de toevallige uitkomst in een onzekere zaak, en ook bij zulk soort weddingschappen wacht men die beslissing niet van Gods bestuur, maar van de Fortuin. De spreuk der ouden: Fortuna uvctt audaces, d. i. die het op de Fortuin waagt, wint; is hiervoor de gewone uitdrukking. De grondgedachte is dan, dat men door op de Fortuin zijn vertrouwen te stellen, de Fortuin gunstig voor zich stemt, en daardoor zijn kansen verhoogt om te winnen. Alle weddingschap gaat alzoo uit van een geloof in de Fortuin, en voor dat geloof hoopt men bij de uitkomst beloond te worden. Zoo keert men zich dus van het geloof in God af, om zijn geloof op de Fortuin te richten, en doet dus feitelijk niets minder dan God verlaten en de Fortuin eeren als zijn god. Men ziet dan ook aan de uitkomst tot wat gruwelijke dingen deze weddingschappen aanleiding geven. Hoe menigeen heeft bij zulke weddingschappen niet reeds zijn leven gewaagd en verloren.

De Niagara-watervallen weten er van te verhalen. Wat bij de wedrennen plaats grijpt liep zoo erg, dat zelfs de Fransche regeering er zich mede bemoeid heeft. En hoe menige dronkaard, door duivelsche roekeloosheid, wedde dat hij zoo en zooveel drank kon verslinden, en straks het bestierf, is uit de donkere annalen van het Alcoholisme maar al te goed bekend.

Een andere, en niet minder schuldige vorm eindelijk, van dit kansspel is wat men thans noemt het speculeeren; een zonde waarin helaas ook zoo menig Christelijk huisvader, tot zelfs predikanten toe, vervallen zijn. De handelaars in effecten, in granen, in tin, in diamant en wat niet al, zijn hierbij de booze verleiders. Dat heet dan handelen, en het is niets dan zwarte kunst, om door allerlei gewaagde kans zich te verrijken met eens andermans goed. Vooral de gewoonte, om in schijn te koopen en later het verschil in prijs bij te betalen of in zijn zak te steken, is de booze vorm waarin zich deze caricatuur van den koophandel ontwikkeld

E Voto III 35

Sluiten