Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XVIII. HOOFDSTUK IV.

27

Als dan ook de Catechismus als eerste vrucht van Jezus' hemelvaart noemt: „dat Hij in den hemel voor het aangezicht zijns Vaders onze Voorspreker is", dan moet ge wel oppassen om niet terug te vallen in Vraag 31, waarin o. m. Christus' priesterlijk ambt, en dus ook zijn voorbiddinge besproken is.

Hier toch moet niet, gelijk daar, gehandeld van de acte zijner intreding voor ons als onze Advocaat en Pleitbezorger, maar moet gelet op het feit van zijn aanwezigheid in den hemel, waardoor Hij vanzelf ons ten goede bij het Eeuwige Wezen is.

Dit diepe immers belijden al Gods kinderen op grond van Schriftopenbaring en zielsverandering, dat ze hunnerzijds in hun verzuchtingen en gebeden, tot het Eeuwige Wezen niet anders kunnen doordringen, dan door hun gedachten saam te voegen in de aanschouwing van den Middelaar, om alzoo in „het Beeld des Vaders" den Vader zelf te aanschouwen. Maar dan ook omgekeerd dat ze weten en ervaren, hoe dat eeuwige Wezen zijnerzijds ook hen niet anders meer dan in dien Eénig Geliefde aanschouwt, en hoe, telkens als de Majesteit des Heeren tegen onze Zonde zou uitstralen, altoos die Middelaar tusschen Hem en ons schuift, om het brandpunt te wezen, waarin de uitgangen des Vaders naar ons en de uitgangen van óns hart naar den Vader saamvallen.

Zoo is de schrik weg. Weg de vreeze. En de volmaakte liefde sluit al wat afsloot en verwijderen kon buiten.

Het groote beletsel, om vriendelijk aan den hemel te denken, om met ruste naar den hemel op te zien, en zonder verschrikking gemeenschap met dien hemel te zoeken, nam Jezus door zijn aanwezigheid in den hemel dus weg.

Zoolang .het nog was God daarboven in den hemel en wij hier op aarde was er strijd, schrik en wegvlieding. Nu, nu de Middelaar in onze natuur in dien hemel voor het aangezicht zijns Vaders staat, nu is reeds zijn enkele aanwezigheid in den hemel voor ons een bedekking tegen den stormwind van Gods toorn, een opheffing van den strijd, een oorzaak van ruste en van vrede.

Doch daarbij blijft het niet. De Catechismus wijst nog op een tweede vrucht, die 's Heeren hemelvaart ons toebrengt, eveneens reeds enkel door zijn aanwezigheid in den hemel. Zijn vieesch toch 't welk ons vleesch is, verstrekt ons tot een zeker pand dat Hij als het Hoofd, ons, als zijn lidmaten, ook tot zich zal nemen.

Ook dit moet streng genomen.

Wat toch maakt, dat we in den regel zulk een sterke aantrekkelijkheid

Sluiten