Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

156

ZONDAG XXI. HOOFDSTUK VII.

Aan deze eenzijdigheid leden dan ook alle kerken der Hervorming, maar toch de Gereformeerde het minst, doordien bij haar de wedergeboorte en bekeering veel meer dan de rechtvaardigmaking op den voorgrond drong. Onder ons Gereformeerden voelt men zeer wel, dat de heilschat van de Vergeving der Zonden eerst dan uw deel is, als ge ingelijfd zijt in Christus, een kind van God zijt geworden, en als lid zijt ingevoegd in zijn heerlijk lichaam. Onder ons weet en beseft men, dat een zondaar veranderd en bekeerd moet worden, zal hij het Koninkrijk van God en in dat Koninkrijk de Vergeving der zonden vinden. Zonder tusschentredende daad Gods aan de ziel, wordt deze troost door ons, Gereformeerden, niet gesmaakt. Dit maakt dan ook, dat de leer der Rechtvaardigmaking onder ons zeer zeker hoog gewicht hield, en dat zonder deze heerlijke belijdenis geen ziel gerust kan zijn, maar dat toch het geloof in de Rechtvaardigmaking onder ons, Gereformeerden, meer vrucht van het ingeplante geloof en van de wedergeboorte is, dan dat deze leer op zichzelf het één en al voor ons geestelijk leven zou zijn.

Het best merkt men dit aan het verzet van ons volk tegen het NeoKohlbrüggianisme, dat juist ook te dezen opzichte meer Luthers dan Gereformeerd is, en evenals in andere leerstukken zijn Duitschen, en onNederlandschen oorsprong verraadt.

Dit neemt echter niet weg, dat onze Heidelberger, aan dit punt toegekomen, er tegen op zag, om de eigenlijke leer van de „Vergeving der zonden" bij de leer van de Kerk te behandelen, er hier dus overheen liep en ze eerst tot haar recht deed komen ten deele in Vraag 21 van het'Geloof, ten deele in Vraag 61 van de Rechtvaardigmaking, en ten deele in de leer van de Sacramenten.

Mits de historische gang van deze aangelegenheid helder voor ieders oogen sta, is er voor ons geen reden noch oorzaak, om ten deze van de behandelingswijze van den Heidelberger af te wijken; ook al zouden we aan de wijze van behandeling die Calvijn en die onze Confessie volgt, de voorkeur geven. Vooral het behandelen van de leer der Uitverkiezing, even terloops bij de leer der Kerk, blijft in onzen Heidelberger een moeilijkheid. Doch hierbij vergete men nimmer, dat zulk een geschrift als onze Catechismus onder bepaalde geschiedkundige moeilijkheden in de wereld trad, en dat destijds de hoop nog niet was opgegeven, dat men door soberder in zijn uitlatingen te zijn, allicht de ineensmelting der Luthersche en Gereformeerde kerken nog wel zou kunnen verkrijgen.

Bezwaar levert dit echter te minder op, doordien onze Catechismus," zij het dan ook kort, toch de „Vergeving der zonden" ook te dezer plaats

Sluiten