Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXII.. HOOFDSTUK XIII.

287

die worsteling al door. Misschien eerst eeuwen later zal die worsteling tot finale beslissing komen. Maar in al de perioden van deze reusachtige, eeuwen omvattende worsteling, herhalen zich op telkens andere wijs en in telkens anderen vorm altoos weer dezelfde grondgedachten; met dien verstande, dat ze op niet één gebeurtenis uitsluitend zien, maar ons den grondtrek in al deze gelijksoortige, zich gedurig herhalende gebeurtenissen voor oogen stellen. En is dit zoo, dan mag uiteraard ook bij Openb. XX : 1—6 niet aan één enkele gebeurtenis, juist in een bestek van duizend jaren, gedacht, maar is ons in dit tafereel met een symbolisch getal slechts aangeduid, hoe de bange worsteling gedurig afgebroken wordt door heerlijke perioden van overwinning, waarin Christus met zijn heiligen voor een tijdlang Satans macht gebroken en gebonden zal hebben, om hen nu reeds als bij voorsmaak die heerschappij te doen genieten, die straks wel weer verbroken wordt, maar die eens toch in volle heerlijkheid komt.

Naar deze wijze van uitlegging blijkt dus, dat Apoc. XX : 1—6 niet mag verstaan worden van een tijdvak dat juist tien eeuwen duren zou; dat er niet in geprofeteerd is een zekere gebeurtenis die juist vlak aan de komst van Christus ten oordeel zou voorafgaan; en dat er ook bij dit visioen niet mag gedacht worden aan één enkel moment, waarin het letterlijk zoo zou toegaan als dit visioen het in beeld brengt. Er ligt in dit visioen dan alleen dit uitgesproken: 1<>. dat tot de grondtype in deze worsteling tusschen Christus en den Antichrist ook dit behoort, dat er oasen in de woestijn zijn; dat soms de strijd wordt afgebroken door oogenblikken van verademing; en dat reeds aan deze zijde van het graf de strijdende kerk op aarde soms oogenblikken van triomf kent. Ten 2». dat deze oogenblikken van triomf zulk een eeuwigen rijkdom in zich verbergen, dat ze niet anders dan door het volle cijfer van duizend symbolisch konden worden aangeduid. Ten 3°. dat Augustinus en de kantteekenaren gelijk hadden, toen ze Apoc. XX ook duidden van de korte perioden van triomf, die de kerk te midden van haar worsteling reeds doorleefd heeft. Ten 4". dat toch deze profetie van triomf eenmaal een nog rijker vervulling verwacht, over wier karakter men eerst daarna zal kunnen oordeelen. En 5°. dar zich in deze profetie van triomf voor Christus' kerk inmengt een machtsoefening van de triomfeerende kerk daarboven, die gezegd wordt in zulk een tijdperk van glorie met den Christus op aarde te heerschen.

Op deze wijs is uw geest voor altijd bevrijd van de afmattende foltering om naar cijfers te gissen en jaartallen als een raadsel in uw geest te brengen. Gij zijt af van de ongeestelijke weetzucht, die thuis hoort bij de waarzeggers en droomuitleggers, en uw godvruchtigen zin van dè practijk

Sluiten