Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XXV. HOOFDSTUK XII.

477

TWAALFDE HOOFDSTUK.

Het brood, dat wij breken, is dat niet eene gemeenschap des lichaams van Christus?

1 Cor. 10 : 16.

Staat eenmaal vast, dat het Sacrament niet ingesteld is, om een ongeloovige geloovig te maken, maar om een geloovige in zijn geloof te sterken dan dient thans onderzocht, wat we onder deze sterking van het geloof te verstaan hebben. Een onderzoek dus naar de genadewerken die in of door het Sacrament plaats grijpt

Velen loochenen feitelijk die genadewerking. Zwingli ging hierin voor. Ook hier te lande vond hij tal van geestverwanten en navolgers. En na nog is de kring wijd van hen, die in het Sacrament niets anders zien dan een zinlijke of zinbeeldige voorstelling van een geloofszaak. Op dat standpunt nu heeft het Sacrament uiteraard geen reden van bestaan. Strekt toch het Sacrament nergens anders toe, dan om onze gebrekkigheid te hulp te komen, en ons de verzoening door het bloed van Christus nog eens duidelijkheidshalve in beeld voor te stellen, dan kan ditzelfde doel door heel andere middelen nog veel beter worden bereikt. Op zich zelf, zonder meer toch, geven Doop en Avondmaal voor dit doel zeer weinig. Wie, zonder er meer van te weten, een Doop ziet bedienen of een Avondmaal ziet houden, zal daaruit op zich zelf nooit het mysterie der Verzoening raden. Menig kunststuk van het penseel deed dan veel beter dienst. En zelfs indien men door een zinbeeldige handeling dit mysterie wilde voorstellen, kon die veel zinrijker, duidelijker en meer uitgedrukt in haar vorm zijn. Doch er is meer. Zulk een zinnebeeldige voorstelling toch van zoo hoogst eenvoudigen aard, als onze Sacramenten dan zouden zijn, geeft men wel aan eerstbeginnende, maar niet meer aan geoefende personen. Aan kinderen geven we zoo boeken met platen, om uit te leeren; maar wie volleerd is, behoeft die niet meer. In dien zin verstaan, zou dus het Sacrament nog wel reden van bestaan voor pasbeginnenden kunnen hebben, maar geestelijk geoefende leden der kerk zouden boven het Sacrament verheven zijn. Ze zouden allengs aan het Sacrament ontgroeid zijn. Ook zonder toch den Doop of het Avondmaal juist te zien bedienen, konden zij zich van die uiterst eenvoudige handeling zeer goed, ook al bleven ze thuis, een duidelijke voorstelling maken, en verkregen daardoor hetzelfde effect. En wat men zegt, dat zulk een Sacrament dan toch uitnemenden dienst zou doen, als middel om het geheugen tegemoet te komen en te

Sluiten