Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

532

ZONDAG XXVI. HOOFDSTUK V.

teweeg brengt. Tot eindelijk de Dood zelf intreedt, en ons doode lichaam aan het stof wordt toevertrouwd, om onder de aarde geheel door dat stof vernield te worden. Het paradijswoord van het stof heeft dus veel dieper zin, dan men gemeenlijk denkt. Het wijst ons op het stof als onzen doodvijand, die eindigen zal met ons te overwinnen. En zie, tegen dat stof is nu het water het van God geboden tegengif. Water is het wapen dat God ons gaf, om de macht van het stof aan ons lichaam, in ons kleed, in onze woning, en op elk terrein te bestrijden. Water is het ons geboden redmiddel om tegenover dat stof onze reinheid, onzen welstand, ja, ons leven te verdedigen. Water en stof staan tegenover elkander, omdat uit het stof de dood komt, en ons door het water het leven wordt hergeven. Bezoedeling, vervuiling, loopt zoo ze doorwerkt, op den dood uit, en omgekeerd het water heeft de kracht, niet enkel om de vuilheid van ons te vagen, maar ook, om juist daardoor ons leven te redden.

Nu grijpt in het leven onzer ziel hetzelfde plaats. Alleen heet daar zonde, wat bij ons lichaam het stof heet. Maar overigens doet de zonde van binnen juist hetzelfde wat het stof uitwendig doet. Ook de zonde ontreinigt, bezoedelt, maakt vuil, en tast het leven der ziel zóó sterk aan, dat ook de zonde aan de ziel evenals het stof aan het lichaam den dood brengt. Dit loopt dus volkomen evenwijdig. Lichaam en ziel, elk op hun eigen terrein, hebben een zelfde gevaar te duchten, en voor beide bestaat geen redding, tenzij er een macht optrede die den invretenden en inwoekerenden doodvijand wegneme. Dit nu doet het water voor het lichaam; omdat God in dat water de macht inschiep om het stof te keer te gaan. Had God de Heere nu voor de reiniging der ziel niet evenzoo een machtig redmiddel geschapen, zoo zou de ziel in haar bezoedeling en in haar dood moeten blijven. Maar God schiep dat redmiddel. En gelijk Hij tegen het stof het water overstelde, zoo wrocht Hij in de geestelijke gave van het bloed van Christus een macht, die in uw ziel de bezoedeling van den dood tegenging, en die u het leven en de reinheid kan herschenken.

Onzekerheid kan hier dus niet bestaan. Het water is niet wilkeurig gekozen, maar om zijn beduidenis in het zienlijke en uitwendige leven. Omdat ziel en lichaam saam den mensch maken, ligt in onzen eigen persoon de band die ziel en lichaam noodzakelijk saam verbindt. Dit is oorzaak, dat het lichaam beeld van de ziel, en de ziel beeld van het lichaam is, en dat dus ook hetgeen voorvalt met het lichaam, zekere gelijkheid vertoont met hetgeen omgaat in de ziel. Zelfs missen we een eigen taal om uit te drukken wat er met de ziel gebeurt, en zijn we daarom genoodzaakt, al wat de ziel aangaat, uit te drukken met woorden en beelden, aan het lichaam ontleend. We spreken van een warm hart, een

Sluiten